studiemiddag Groene theologie

Op 10 mei vond in de Lutherse Kerk in Utrecht de studiemiddag/boekpresentatie Groene theologie plaats. Met medewerking van o.a. prof. dr. Erik Borgman (UvT), prof. dr. Heleen Zorgdrager (PThU) en ds. Jasja Nottelman (Vrouwensynode). De tekst van de lezing van Heleen Zorgdrager staat hieronder. fullsizeoutput_15f4fullsizeoutput_1639

 

fullsizeoutput_1694

Forum van Jan Juffermans, Erik Borgman, Trees van Montfoort o.l.v. Jasja Nottelman.

 

fullsizeoutput_16b7

Een eerste exemplaar werd door de uitgever overhandigd aan Hester Oosterbroek, coördinator van Groene Kerken (Nl), en Karel Malfliet van Ecokerk (Be).

fullsizeoutput_15e0

fullsizeoutput_160b

Lezing bij het boek van Trees van Montfoort, Groene theologie, Middelburg: Skandalon, 2019.

Utrecht, 10 mei 2019  [door Heleen Zorgdrager]

Het is een grote eer voor mij dat ik hier mag spreken als iemand die bij het begin van dit boekproject betrokken is geweest.

Trees, jij hebt ons allemaal verrast met dit fantastisch mooie, hoogst actuele en aanstekelijk geschreven boek. Het is een rijpe vrucht van theologische reflectie en eruditie, in vruchtbaar gesprek gebracht met kerkelijke en maatschappelijke praktijken waarin je ademt en met de vele stemmen en bronnen die voor het vergroenen van de theologie van belang zijn. We horen in de vele draden die je samenweeft herkenbaar je eigen stem: integer, bevlogen, geëngageerd, gepassioneerd, ferm, helder en standvastig. We zien je schakelen in je diverse rollen van academica en activiste, voorganger en vierster, schrijfster en Schriftgeleerde.

Hoe urgent je boek is blijkt alleen al uit krantenkoppen de afgelopen week. “Een miljoen dier- en plantsoorten wordt met uitsterven bedreigd. Is het tij nog te keren?” Naast de kop “Wordt Amsterdam een enclave voor de groene elite?” lees ik “De ‘voedselwoestijnen’ rukken op” – naam voor arme buurten in de VS die vergeven zijn van dollar stores waar alleen goedkope dumpvoeding en geen verse producten als groente, fruit of brood te koop zijn. Het illustreert je stelling dat het de armsten van de wereld zijn die het meest te lijden hebben onder achteruitgang van het milieu.

Onder de indruk van je boek vroeg ik me tijdens het lezen voortdurend af: had dit ook een proefschrift kunnen zijn? Je had je redenen om daar niet voor te gaan. Maar stel nu dat je met dit manuscript naar mij, naar ons toegekomen was? Dan weet ik het nog zo net niet… Laat dit een groot compliment zijn terwijl ik tegelijk mijn respect uitspreek voor de keuze die je hebt gemaakt. Je hebt het boek geschreven dat je wilde schrijven, met een zuiver kompas, en één ding weet ik zeker: jouw boek komt op de theologische bestsellerlijst en vast ook op de shortlist van 2019 te staan, en daarvan kan een promovenda slechts dromen. Ik kan het weten want ik heb nog zeker acht dozen met boeken in de garage staan.

Graag wil ik het gesprek met je aangaan over je theologische inzet, over de methode die je hebt gekozen, en over enkele dragende inhoudelijke motieven en inzichten.

Je inzet laat er geen gras over groeien. Moderne theologie heeft zich irrelevant gemaakt door alleen over mensen en zingeving te gaan, en kerken beperken duurzaamheid tot veel doenerigheid en weinig denken. Maar de ecologische crisis schreeuwt om een nieuwe theologie met een nieuw, niet-antropocentrisch wereldbeeld. Dan leg jij je kaarten op tafel. Theologie moet gaan over de hele werkelijkheid en als we het over die werkelijkheid hebben dan moet het ook over God gaan. Want tegen veel (post)modernisme in handhaaf jij: theologie kan niet zonder theos, God (43). Ook is er een publieke agenda: je wilt aan de (seculiere) milieubeweging laten zien dat theologie een wezenlijke bijdrage kan leveren aan ecologische duurzaamheid (255).

Om die vergroening van theologie te bereiken, stel je, zijn we gebaat bij niet-dominante vormen van kennis. Methodisch betekent het dat je je openstelt voor stemmen van hen die het meeste lijden onder de ecologische destructie, namelijk armen en vrouwen. Voorts ga je op zoek naar bronnen van oudere/andere tijden en culturen, luister je ‘verborgen verhalen’ vanuit de barsten van het westerse wereldbeeld tevoorschijn en mobiliseer je alternatieve kenvormen mobiliseert, zoals gebed en liturgie. Ik weet nu al dat altijd over je boek opgemerkt zal worden dat het nog breder en dieper en vast ook interreligieuzer kan, maar om het contextuele verhaal van de lage landen te kunnen vertellen breng je een buitengewoon rijk en veelstemmig koor bijeen.

Gezien je inzet bij al die opstandige stemmen vanuit de marge komt me je klassieke definitie van theologie als tamelijk tam over: fides querens intellectum, geloof dat probeert te begrijpen (43). Maar welk en wiens geloof? Vanuit feministische theologie zijn er alternatieven: pijn die probeert te begrijpen, of theologie die antwoord zoekt op verwonding.

Al is de spits van het boek systematisch theologisch, de Bijbelse bronnen mogen zich verheugen in bijna honderd pagina’s scherpzinnige ecologische aandacht. Oudtestamenticus Klaas Spronk liet zich er onlangs sceptisch over uit: “Wat is ecotheologie? Wordt dit weer zo’n theologie waarbij na veel geleerde omzwervingen vastgesteld wordt dat God zegt wat wij zelf van tevoren ook al bedacht hadden? Gaan we nu in de Bijbel antwoord vinden op vragen die de Bijbelschrijvers zelf nooit hebben gesteld?” (Bijbelblog PThU, 25 april 2019).

Hij had duidelijk jouw boek nog niet gelezen. Want je anticipeert hier al op door genuanceerd te spreken van analogieën of bredere categorieën die de Bijbel kan bieden in het kader van de ecologische discussie. Zoals het echt niet zo antropocentrische wereldbeeld van de Bijbel of de figuur van Vrouwe Wijsheid die aangeeft hoe God zelf verbonden is met de niet-menselijke natuur, de Wijsheid die ook centraal staat – maar veronachtzaamd is – in bronteksten van christologie als Kolossenzen 1 en Johannes 1. Je exegese is afdoend antwoord op de mopperige vragen van mijn gewaardeerde collega. Tegelijk blijft er best nog huiswerk over, ik denk bijvoorbeeld aan de relatie tussen Wijsheid en Torah die onbesproken blijft.

In de exegetische excursen klinkt al een belangrijk inhoudelijk motief door: de Bijbel kent geen lineaire opvatting van geschiedenis. Schepping en verlossing kunnen niet lineair geordend worden in een frame ‘heilsgeschiedenis’, scheppen en redden lopen in elkaar over. Bij mijn studenten stuit ik er iedere keer op hoe taai het frame van de heilsgeschiedenis is en hoe immuun het hen maakt om de omvang van welke crisis dan ook tot zich door te laten dringen. Opmerkelijk genoeg – en wat moeten we daaruit afleiden? – is dit lineaire model niet een probleem voor de drie mannelijke denkers die je bespreekt (Manschot, Smedes en Van den Brink), maar voor de vrouwelijke denkers des te meer. Sofia/Wijsheid heeft niet drie maar wel vier dochters en zij heten Sallie McFague, Ivone Gebara, Catherine Keller en Elizabeth Theokritoff. Je hebt ze alle vier even lief. Ik zie hoe je gefascineerd bent door Kellers visie op de wereld als een voortdurende ontvouwing van mogelijkheden, geïnspireerd door chaostheorie. Schepping en eschaton vallen samen, en we zijn niet onderweg naar een laatste triomf (220). Ik vroeg me af of je ook in de laatste consequentie hiervan meegaat, namelijk dat we af moeten van ‘koninkrijk van God’ als een beeld dat in de toekomst werkelijkheid zal worden. Of blijft het mogelijk om op een andere manier, niet-lineair, hartstochtelijk te verlangen naar een aarde die eens vol zal zijn van Gods goedheid en waar de dode zal leven?

Een tweede motief is het zoeken naar inzicht hoe God als verbonden met en tegelijk onderscheiden van de wereld kan worden gedacht. Procestheologie krijgt groot krediet, maar niet het laatste. Je wilt God niet laten samenvallen met of oplossen in het proces van de wereld. Het spreken over goddelijke Wijsheid in de schepping en Jezus als gestalte van die Wijsheid maakt voor jou een panentheistisch beeld van God mogelijk: God is ín de werkelijkheid maar ook werkzaam ánders. De hele wereld mag een sacrament van God zijn. En alles komt tot bestemming in de liturgie als de grote lofzang van de schepping tot de Schepper. Zo vlecht je de drie grote hoofdstromen van de christelijke traditie samen: oosterse orthodoxie, katholicisme en protestantisme. Ik heb het met dankbare instemming gelezen: hoe heeft de verschraalde protestantse woord-en-ziel spiritualiteit de materiële vrijmoedigheid van de andere tradities nodig om te genezen van haar gedissocieerde relatie tot de aarde, de dieren, de planten, de lichamelijkheid die ons verbindt met al wat is.

Een derde motief, door jou verrassend nieuw uitgelegd, is het dogma van de twee naturen van Christus. Zo noem je het pas op het allerlaatst dus potentiele lezers hoeven zich er niet door te laten afschrikken. Het dogma is niet minder dan “de sleutel voor een ecologische theologie” (257). De manier waarop in het jaar 451 gesproken werd over een goddelijke en menselijke/aardse natuur van Jezus geeft doorkijk op de verbinding en onderscheiding van God en materialiteit. Mensen zijn leerlingen van Jezus/Sofia en beamen in hem/haar de vergoddelijking als mogelijkheid van al wat bestaat.

Zo eindigt alles in de lofzang, de oogstdienst in Boxtel, herfst 2018. Het brengt ons weer bij de praktijk. Terecht schrijf je dat duurzaamheid in kerken vaak alleen een zaak is van diaconie en kerkrentmeesters, en niet het hart van geloven raakt. Dat had niet zo hoeven zijn als de kerken het oecumenische visiedocument over zending Together Towards Life/Samen voor het leven (2013) hadden opgepakt en gelezen. Deze missionaire groene ‘encycliek’ had mooi gepast in je boek als oecumenisch zusje van Laudato Si’. We vinden radicale uitspraken als:

“God schiep de hele oikoumene naar Gods beeld en is voortdurend in de wereld aan het werk om het leven te versterken en te beschermen.” (par. 1)

“Het is daarom van vitaal belang om Gods zending in een kosmische zin te verstaan en te onderstrepen dat al het leven, van de hele oikoumene, onderling verbonden is in Gods levensweb. (par. 4)

“Wij zijn daarom geroepen om een benadering die de mens centraal stelt, te overstijgen en om ons vormen van zending eigen te maken die uitdrukking geven aan onze verzoende relatie met ál het geschapen leven. We horen de schreeuw van de aarde als we luisteren naar de roepstem van de armen […]. (par. 19)

Maar dit alles had ik ook weer minder scherp gezien als ik niet was aangestoken door jouw vergroening van de theologie. Nooit zal ik de liederen van Oosterhuis meer onbevangen zingen, aan de term ‘rentmeesterschap’ had ik toch al een hekel en jij geeft me de argumenten waarom, en nu al ben ik bezig opdrachten voor mijn studenten die nogal erg mensgericht waren te herformuleren zodat de hele aarde erin meekomt. Dank voor wat jij in beweging brengt, het zal nog lang onrustig blijven in de lage landen en de hoge hemelen.